| Anemoon |
| BLWG |
| EIS-NL |
| FLORON |
| NMV |
| RAVON |
| SOVON |
| TINEA |
| Vlinderstichting |
| Zoogdiervereniging |
![]() |
|
NatuurwetgevingGegevens over flora en fauna zijn niet alleen nuttig of leuk, maar vaak ook keihard nodig. Met name in ruimtelijke-ordeningsprocedures speelt natuurinformatie een grote rol. Het voorkomen van beschermde soorten in een gebied waar een ruimtelijke ingreep is gepland, kan tot drastische bijstelling van de plannen leiden. Soms kan het ontbreken van goede gegevens al leiden tot het stilleggen van projecten. Hieronder staat welke wetten en regels gelden. De tekst is een introductie; als u diepgaandere informatie nodig heeft over de nationale en internationale groene wet-en regelgeving, kunt u het beste de links volgen. Flora- en faunawet Sinds 1 april 2003 is de Flora- en faunawet (Ffwet) van kracht. Deze beschermt bijna alle inheemse in het wild levende soorten planten en dieren. De Ffwet is de uitwerking van de soortbeschermingsonderdelen van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen (zie onder). De gebiedsbescherming wordt geregeld in de Natuurbeschermingswet (zie onder). De Ffwet verbiedt het doden en verontrusten van beschermde soorten en het vernielen van hun leefgebied. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan ontheffing van deze verbodsbepalingen worden aangevraagd bij het ministerie van LNV. Ontheffing kan alleen worden verleend als onderzoek aantoont dat de ingreep geen afbreuk doet aan de duurzame staat van instandhouding van de getroffen soorten, er een dwingende reden van groot openbaar belang is en compenserende en mitigerende maatregelen worden getroffen. Meer informatie: Ministerie van LNV. Habitatrichtlijn Sinds 1992 is de Europese Habitatrichtlijn van kracht. De Habitatrichtlijn heeft tot doel de "duurzame staat van instandhouding" veilig te stellen van soorten en habitats in Europa. Dat wil zeggen dat populaties (c.q. habitats) voldoende omvang moeten hebben, zich moeten kunnen voortplanten en niet te versnipperd mogen zijn. Achteruitgang in aantallen of omvang moet worden voorkomen. De Habitatrichtlijn heeft zowel een gebiedsbeschermings- als een soortbeschermingsdoel. Ten behoeve van de gebiedsbescherming moeten de lidstaten speciale beschermingszones aanwijzen (SBZ's). Dit gebeurt op basis van het voorkomen van beschermde soorten of bijzondere habitats. De SBZ's vormen samen het Natura 2000 netwerk van natuurgebieden in Europa. In Nederland is de gebiedsbescherming uitgewerkt in de Natuurbeschermingswet uit 1998. Deze wordt momenteel aangepast; op 1 mei 2005 treedt de nieuwe Natuurbeschermingswet in. Gebiedsbescherming vereist dat bij het beoordelen van maatregelen ook de opeenstapeling (cumulatie) van effecten van verschillende maatregelen moet worden bekeken. Ook moet rekening worden gehouden met de "externe werking", d.w.z. de effecten van een ingreep op een nabij gelegen beschermd gebied. Als een nieuwe activiteit wordt gepland bij een SBZ dan moet een passende beoordeling worden uitgevoerd; een onderzoek naar de gevolgen van de ingreep op de SBZ. Als er geen schade optreedt, kan ontheffing worden verleend. Is dit wel het geval, dan kan ontheffing alleen worden verleend als aan verschillende eisen wordt voldaan. De soortbescherming volgens de Habitatrichtlijn kent drie categoriën, uitgewerkt in de bijlagen II,IV en V. Vogels vallen buiten de richtlijn, omdat hun bescheming al geregeld is in de Euopese Vogelrichtlijn (1979). Bijlage II bevat soorten van Europees belang, waarvoor Speciale Beschermingszones aangewezen zijn (Natura 2000). Bijlage IV bevat bedreigde soorten waarvoor geen gebieden aangewezen zijn, maar waarvoor wel een verbod geldt op het verstoren of vernietigen van de soorten en hun leefgebied. Voor alle bijlage V-soorten moet het in de natuur verzamelen en verhandelen gereguleerd worden. In Nederland is de soortbeschermingsparagraaf van de Habitatrichtlijn vertaald in de Flora- en faunawet (2002). Meer informatie: Ministerie van LNV. Vogelrichtlijn De Europese Vogelrichtlijn stamt uit 1979 en is als het ware de voorganger voor vogels van de Habitatrichtlijn. De Vogelrichtlijn kent géén mogelijkheid om ontheffingen van verboden te verlenen. Voor Nederland betekent dit in de praktijk dat veel werkzaamheden in het vogelbroedseizoen simpelweg verboden zijn. Een aantal gebieden is aangewezen als SBZ, op grond van het voorkomen van soorten van Bijlage 1 en van soorten waarvan minimaal 1% van de Noordwest-europese populatie van het gebied gebruik maken. Meer informatie: Ministerie van LNV. Kaderrichtlijn Water Sinds december 2000 is deze Europese Richtlijn Water (KRW) in werking getreden, die de waterkwaliteit van oppervlaktewateren betreft (meren, rivieren en kustwateren). Het doel is de 'goede ecologische toestand' (natuurlijke wateren) danwel het 'maximaal ecologisch potentieel' (kunstmatige wateren) te bereiken. Voor ieder watertype zijn doelstellingen vastgesteld aan de hand van de natuurlijke referentie van het type. De KRW stelt naast chemische waterkwaliteit duidelijke doelstellingen voor de ecologische waterkwaliteit; de toestand van een water wordt niet langer enkel gebaseerd op stoffen, maar ook op het voorkomen van diatomeeën, fytoplankton, (water)vegetatie, aquatische macrofauna en vissen. Waterschappen, rijksoverheid en anderen moeten het beheer op de kwaliteitsdoelen afstemmen. Deze doelstellingen moeten in principe bereikt zijn in 2015! Meer informatie: website KRW. Natuurbeschermingwet De Natuurbeschermingswet uit 1998 zou die van 1968 moeten vervangen, maar is nog maar voor een klein deel in werking getreden. Op 1 mei 2005 zal een aangepaste versie van kracht worden (zie website LNV). In deze wet is de gebiedsbescherming geregeld die volgt uit de Habitat- en Vogelrichtlijnen. Belangrijk is dat er onder de Natuurbeschermingswet méér gebieden beschermd worden dan alleen de speciale beschermingszones (SBZ's). Meer informatie: Ministerie van LNV. Ecologische Hoofdstructuur Voor een gedegen bescherming van de natuur is het zaak de versnippering tegen te gaan. Dit vindt in Nederland plaats door de aanleg van een netwerk van natuurgebieden met verbindingszones. Deze`ecologische hoofdstructuur' (EHS) moet in 2018 10% van het Nederlandse grondgebied beslaan en alle belangrijke natuurgebieden bevatten (de kerngebieden) en aaneenrijgen door middel van ecologische verbindingszones. Zo nodig worden natuurgebieden ontwikkeld (natuurontwikkelingsgebieden). Het beheer van gebieden in de EHS is afgestemd op doelsoorten of natuurdoeltypen. Hierdoor is na te gaan of het beoogde beschermingsdoel wordt behaald. Ingrepen in EHS gebieden worden met name getoetst aan effecten op deze doelsoorten en –typen. Meer informatie: Ministerie van LNV. Milieu-Effect Rapportage Grote ingrepen veriesen een Milieu-Effect Rapportage: een systematische beoordeling van de effecten op milieu en natuur. De MER-commissie beoordeelt plannen o.a. op effecten op soorten die beschermd zijn onder de Flora- en faunawet en Vogel- en Habitatrichtlijnen en op doelsoorten. Ook effecten op habitats, gebieden en natuurdoeltypen worden meegewogen. Meer informatie: Ministerie van VROM. Structuur Schema Groene Ruimte In het Structuurschema Groene Ruimte (SGR) staan afspraken over natuur en het landelijk gebied. De nota richt zich op het behoud, herstel en ontwikkeling van wezenlijke natuurlijke kenmerken en waarden. Daartoe wordt een Ecologische Hoofdstructuur in het leven geroepen, waarbij kerngebieden met elkaar verbonden worden door middel van ecologische verbindingszones. In 2003 is het ‘nieuwe' SGR (SGR-2) verschenen: 'Samen werken aan groen Nederland'. De nota doet voorstellen voor inrichting en beheer van de groene ruimte en noemt verbeteringen voor uitvoering van het beleid. Het stuk behandelt de belangrijkste vraagstukken voor de komende tien jaar met een doorkijk tot 2020. Van belang is hierbij het compensatiebeginsel. Dit beginsel betekent dat natuur-, bos- en recreatiegebieden extra worden beschermd doordat ruimtelijke ingrepen in principe niet mogen plaatsvinden. Het SGR is een zogeheten planologische kernbeslissing (PKB). Het Rijk verwacht dat provincies en gemeenten het SGR laten doorwerken in hun ruimtelijke plannen, zoals het streekplan en het bestemmingsplan. Meer informatie: Ministerie van VROM. Nota Ruimte Deze Nota in mei 2004 door het kabinet gepubliceerd en is nog geen staand beleid. De nota voorziet in veel ruimere mogelijkheden om in het buitengebied te bouwen. De gevolgen voor soorts- en gebiedbescherming zijn nog onduidelijk. Meer informatie: Ministerie van VROM. Streek- en bestemmingsplannen Ruimte is schaars. Daarom is het van belang afspraken te maken over wat op welke plek is toegestaan. In het streekplan staat op welke plekken in een provincie ruimte is voor bijvoorbeeld landbouw, natuur, woningbouw en bedrijfsterreinen. Gemeenten moeten zich bij het maken van hun bestemmingsplannen aan het streekplan houden. Voordat een streekplan wordt vastgesteld, kan iedereen zijn mening geven. Streekplannen moeten passen binnen de plannen die het Rijk maakt voor Nederland. Het bestemmingsplan is de gemeentelijke uitwerking van het globalere provinciale streekplan. Hierin staat precies waar het grondgebied van de gemeente voor gebruikt mag worden. Het bestemmingsplan is bindend, dat wil zeggen dat iedereen zich aan de regels van dat plan moet houden. Rode Lijsten Naast bovenstaande wetgeving worden in Nederland de Rode Lijsten gehanteerd. Rode lijsten geven een overzicht van soorten die (in een bepaald gebied) verdwenen zijn en soorten die (in een gebied) sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Het uitbrengen van deze lijsten wordt vereist door de Conventie van Bern. De Rode Lijsten vormen een indicatie van de toestand van de natuur in Nederland: ze worden regelmatig bijgesteld op basis van de meest actuele gegevens van de PGO's en objectieve criteria. Rode Lijsten vormen dus een belangrijk instrument om te bepalen welke bij uitstek beschermd moeten worden. De lijsten kennen vijf verschillende categorieën waarin een soort zich kan bevinden, naar gelang de toestand van de soort in Nederland: VN: de soort is in het wild uit Nederland verdwenen; EB: status ‘ernstig bedreigd'; BE: status ‘bedreigd'; KW: status ‘kwetsbaar'; GE: status ‘gevoelig'. Rode lijsten hebben geen juridische status. Plaatsing op de Rode Lijst betekent daardoor niet automatisch dat de soort beschermd is; daarvoor is opname van de soort in de Flora- en faunawet nodig. |
Bezoek: Toernooiveld 1 - 6525 ED Nijmegen Post: Postbus 9010 - 6500 GL Nijmegen T (024) 741 06 40